Tunnels voor konijnen: rennen, schuilen en ontdekken
In het wild leven konijnen in een stelsel van holen en gangen. Ze schieten van de ene veilige plek naar de andere en duiken bij gevaar razendsnel onder de grond. Een tunnel speelt in op dat gedrag. Het is tegelijk een speelroute om doorheen te rennen en een schuilplek om in weg te kruipen. Veel konijnen worden er zichtbaar actiever van: je ziet meer sprintjes, sprongen en nieuwsgierig gesnuffel.
In deze categorie vind je speeltunnels van stof, tunnels en bruggen van wilg, kurk en hout, eetbare hooitunnels en het Ferplast Metró-tunnelsysteem. Verstop een plukje Zooply-hooi of wat Zooply-kruiden aan het eind van een tunnel en je konijn heeft meteen een reden om erin te gaan.
In het kort
- ✓ Kies een doorsnede die past bij je konijn: een dwergkonijn past door een smallere tunnel dan een middelgroot of groot ras.
- ✓ Een tunnel is ook een schuilplek; tel hem mee bij het aantal schuilplekken in het verblijf.
- ✓ Natuurlijke tunnels van wilg en kurk mogen aangeknaagd worden; controleer ze wel op scherpe stukken.
- ✓ Stoffen tunnels regelmatig controleren op losse draadjes en gaten, en wassen volgens de productinformatie.
- ✓ Leg tunnels niet in de natte toilethoek, maar op een route die je konijn toch al loopt.
Wat vind je in de categorie Tunnels?
Speeltunnels van stof
Trixie heeft verschillende opvouwbare speeltunnels van stof. Er is een lange tunnel van ø 18 × 130 cm en een van ø 19 × 117 cm, een tunnel met drie uitgangen (3 × ø 18 × 47 cm) en een met vijf uitgangen (5 × ø 18 × 47 cm). Met meerdere uitgangen kan je konijn kiezen waar het naar binnen en naar buiten gaat, en kunnen twee konijnen elkaar ontwijken. Daarnaast zijn er zachtere relax-tunnels om in te liggen: de pluche relax-tunnel van 27 × 21 × 80 cm en de relax-tunnel Sunny (ø 19 × 70 cm). Ook de driehoekige zachte schuilplaats van Trixie staat in deze categorie. Met een doorsnede van 18 à 19 cm zijn deze tunnels vooral geschikt voor dwergkonijnen en kleine konijnen.
Wilgentunnel en wilgenbruggen
De wilgentunnel van Trixie (ø 20 × 38 cm) is gemaakt van wilgentakken. Wilg is een veilige houtsoort om op te knagen, dus je konijn mag de tunnel langzaam aanvreten. De wilgenbruggen van 30 × 16 × 30 cm en 24 × 13 × 25 cm zijn bogen om onder te schuilen of overheen te klimmen. Voor een konijn is de grootste maat het meest geschikt.
Kurktunnels
De tunnels van 100% natuurlijke kurk zijn er tot ø 19 × 55 cm en tot ø 30 × 75 cm. Kurk is een natuurproduct, dus elke tunnel heeft een eigen vorm en maat. Het materiaal is licht, ruw en mag aangeknaagd worden. De grote kurktunnel geeft ook een middelgroot konijn genoeg ruimte; de kleinere is meer iets voor een dwergkonijn.
Flexibele houten bruggen
De flexibele bruggen van Trixie bestaan uit houten latjes die met elkaar verbonden zijn. Je buigt ze tot een boog, een tunnel of een schuin bruggetje. Voor een konijn zijn de maten van 51 × 30 cm en 65 × 40 cm geschikt. De kleinere maten (22 × 10 en 28 × 17 cm) zijn voor kleine knaagdieren bedoeld. In deze categorie staat ook een houten trap van schorshout (63 × 18 × 15 cm), waarmee je konijn makkelijk een verblijf met verhoging in en uit loopt.
Eetbare tunnels
JR Farm heeft hooitunnels van 750 gram en 950 gram van geperst bergweidehooi. Trixie heeft een schuilplaats met wortel (21 × 16 × 30 cm). Je konijn kan erin kruipen en knabbelt de tunnel langzaam op. Zie het als verrijking en extraatje naast het gewone hooi; wortel is zoet, dus de wortelvariant geef je niet dagelijks.
Ferplast Metró-tunnelsysteem
Het Metró-systeem van Ferplast bestaat uit losse tunnels van ø 29 × 78,5 cm (in bruin en transparant), een koppelstuk (ø 27 × 22 cm) en het Metró Station (43 × 48 × 44 cm). Je kunt de onderdelen aan elkaar en aan bepaalde Ferplast-verblijven koppelen. Zo bouw je een gangenstelsel dat lijkt op een konijnenhol. Met een doorsnede van 29 cm is deze tunnel ook ruim genoeg voor grotere konijnen. In de transparante tunnel kun je je konijn zien lopen.
Welke maat tunnel past bij jouw konijn?
Je konijn moet zonder te wringen door de tunnel kunnen, met de rug recht en zonder dat de oren of het lijf klem komen. Een dwergkonijn van ruim een kilo kan door tunnels van 18 tot 20 cm doorsnede. Een middelgroot konijn heeft het prettiger in een tunnel van 25 tot 30 cm, zoals de Metró-tunnel of de grote kurktunnel. Voor een groot ras is een flexibele brug in de grootste maat of een tunnel van 30 cm doorsnede het minimum. Twijfel je, kies dan de ruimere maat. Een tunnel die te nauw is, wordt niet gebruikt of kan een konijn laten schrikken als het niet makkelijk kan keren.
Tunnels slim neerleggen
Leg een tunnel op een plek waar je konijn toch al langs loopt, bijvoorbeeld tussen het huisje en de hooiruif of als verbinding tussen twee delen van de ren. Zo wordt hij vanzelf onderdeel van de dagelijkse route. Leg een tunnel niet in de hoek waar je konijn plast; stof en hout worden dan nat en vies.
Bij een duo of groepje werken tunnels met twee of meer uitgangen het best. Een konijn dat in een tunnel zit, kan dan altijd aan de andere kant naar buiten als zijn maatje de ingang blokkeert. Wissel af en toe de indeling: een tunnel op een nieuwe plek maakt een vertrouwd verblijf weer interessant. Doe dat met mate, want konijnen houden ook van een vaste basis.
Tunnels voor binnenkonijnen
Een konijn dat binnen woont of los door het huis loopt, heeft net zo goed behoefte aan rennen en schuilen. Een tunnel geeft binnen een eigen speelroute en houdt je konijn weg van plekken waar het niet hoort, zoals achter de bank of tussen snoeren. Leg een stoffen tunnel op een kleed of mat, zodat hij niet wegglijdt op een gladde vloer. Een tunnel bij het huisje of de toiletbak geeft je konijn een veilige route door de kamer.
Je konijn laten wennen aan een tunnel
De meeste konijnen schieten er meteen doorheen. Een voorzichtig konijn kijkt eerst een tijdje. Leg wat hooi of een paar brokjes bij de ingang en verderop in de tunnel, en ga rustig in de buurt zitten. Duw je konijn er nooit in. Bij een opvouwbare stoffen tunnel helpt het om hem de eerste dagen korter te maken, zodat je konijn het licht aan de andere kant ziet.
Schoonmaken en vervangen
Klop stoffen tunnels regelmatig uit en was ze volgens de productinformatie. Laat ze goed drogen voordat je ze terugzet. Natuurlijke tunnels van wilg, kurk en hout veeg je uit en maak je zo nodig schoon met warm water, zonder schoonmaakmiddel. Vervang een tunnel als er scherpe stukken, splinters of losse draden aan zitten, als hij instabiel wordt of als hij muf blijft ruiken.
Handige combinaties
Een tunnel is het leukst als onderdeel van een afwisselend verblijf. Combineer hem met:
- Huisjes: een vaste schuilplek waar de tunnel naartoe leidt.
- Speelgoed: nog meer bezigheid en verrijking.
- Gedroogde kruiden: een snufje Zooply-kruiden in de tunnel maakt zoeken leuk.
- Hooi: een plukje Zooply-hooi bij de ingang lokt je konijn naar binnen.
- Rennen: genoeg ruimte om tunnels als renbaan te gebruiken.
Veelgestelde vragen over tunnels voor konijnen
Is een tunnel van ø 18 cm groot genoeg voor mijn konijn?
Voor een dwergkonijn of een klein konijn meestal wel. Een middelgroot of groot konijn past er vaak maar net in en gebruikt hem dan liever niet. Kijk naar je konijn: kan het zonder te bukken en wringen door de opening, dan is de maat goed. Voor grotere konijnen zijn tunnels van 25 tot 30 cm, zoals de Metró-tunnel of de grote kurktunnel, beter.
Mag mijn konijn aan de tunnel knagen?
Aan wilg, kurk, onbehandeld hout en de hooitunnels wel; die zijn daarvoor gemaakt. Aan stoffen tunnels liever niet: je konijn kan stukjes stof of draad inslikken. Merk je dat je konijn een stoffen tunnel kapot knaagt, haal hem dan weg en kies een natuurlijk model.
Kan ik een tunnel ook buiten in de ren gebruiken?
Ja, maar leg hem op een beschutte, droge plek. Stoffen tunnels en kurk worden bij regen nat en drogen langzaam. Haal ze bij nat weer naar binnen of leg ze onder een afdak. De Metró-tunnels van kunststof zijn makkelijker droog en schoon te houden.
Is een tunnel genoeg als schuilplek?
Een tunnel is een goede extra schuilplek, maar de meeste konijnen willen daarnaast een huisje waarin ze helemaal beschut liggen. Zorg voor minstens één schuilplek per konijn en liefst één extra; een tunnel telt daarbij mee.
Hoe lang gaat een hooitunnel mee?
Dat hangt af van je konijn. Sommige konijnen eten hem in een paar dagen op, andere knabbelen er weken aan. Haal hem weg als hij vies of nat is geworden. Een hooitunnel is een extraatje; los hooi in de ruif blijft de basis.
Tunnels kopen bij Knaagplaza
Bij Knaagplaza, de webshop van 't Knaagplein, vind je tunnels in veel maten en materialen, voor binnen en in de ren. Kies een doorsnede die bij je konijn past en maak er een zoektocht van met een pluk Zooply-hooi of Zooply-kruiden, ons eigen premium merk dat we dagelijks bij onze eigen konijnen gebruiken.